Kamergotchi, whiskyveiling, influencers… Algoritme is king!

Ik spreek regelmatig consumenten die niet blij zijn met de manier waarop er met ze omgegaan wordt op het internet. De meest gehoorde klachten? Er wordt allerlei data over je opgeslagen, wat je op de ene site bekijkt zie je vervolgens in een advertentie op een andere site terugkomen en er worden allerlei algoritmes gebruikt om te bepalen wat je te zien krijgt, waardoor het gevoel van eigen vrije keuze soms ontbreekt.

Wat mij hierbij altijd opvalt is er een soort slachtofferrol zit in al deze scenario’s. Computers, algoritmes en bedrijven zijn de vijand, en het internet kan zich zomaar tegen je keren en je wordt maar gemanipuleerd als consument. Ik begrijp het wel, maar in deze column wil ik een lans breken voor een andere instelling. Een ander perspectief. Een positiever beeld. Want zo ingewikkeld zijn computers niet. Zo slim zijn algoritmes niet. En bedrijven? Die willen maar al te graag service leveren op basis van je data. Daar kun je van profiteren!

Dus hup, draai het eens om en pak de controle. Het is namelijk helemaal niet zo moeilijk om het internet leuker te maken. #Hoedan? Gewoon, door jouw algoritmes te trainen. Klinkt ingewikkeld? Nee hoor. Het trainen van een algoritme is niet moeilijk en ook geen nieuw idee. Al in 1996 lanceerde het Japanse Bandai de Tamagotchi, een digitaal huisdier aan een sleutelhanger. Dit diertje werd pas, nota bene 21 jaar later, in App vorm door Arjan “#ZML” Lubach geherlanceerd als de Kamergotchi en in een week 375.000 keer gedownload. De Tamagotchi, of je virtuele fractievoorzitter, reageert op jouw acties op basis van het algoritme waarmee hij geprogrammeerd is. Door dingen uit te proberen kom je er al snel achter waar het algoritme goed op reageert.

Goed nieuws! Dit kan ook met het internet. Zoals je een Tamagotchi of een Pokemon kunt trainen kun je namelijk ook websites en diensten programmeren.

Tijd voor een thuisopdracht? Pak de laptop, we gaan op www.gaspedaal.nl zoeken naar een mooie auto. Kies bijvoorbeeld de Jaguar XK en klik vooral een paar keer door. Kijk daarna op www.asos.nl even rustig rond naar een nieuwe outfit of een badpak. Daarna een paar minuutjes op www.catawiki.nl snuffelen tussen de collectors items (bekijk bijvoorbeeld eens een kunst- of whiskyveiling) en klaar. Deze dingen ga je de komende tijd op allerlei websites terug zien. Niet dat je zoekopdrachten deze week door alle internetbedrijven aan elkaar doorgespeeld worden overigens; maar deze en veel andere adverteerders huren vaak ruimte op websites van anderen om van daaruit te proberen om jou te verleiden nog eens terug te komen. Of je teruggaat maak je natuurlijk zelf wel uit, maar neem maar van mij aan: de online reclames zien er de komende week een stuk leuker uit!

Heb je ook Spotify? Ook daar valt een algoritme naar je hand te zetten. Iedere gebruiker heeft elke week op maandag een nieuwe serie liedjes in de playlist “Spotify Discover Weekly”. De playlist die, als het goed is, persoonlijke tips geeft op basis van wat jij zoal beluistert. Wat vind je van de keuze? Ontbreekt er iets? Beetje weinig house, nederhop, jazz of ragga? Zet je favoriete playlist in dit genre eens een paar nachtjes aan, op repeat. Volume mag gerust op nul. Je zult zien, komende maandag krijg je tips in dit genre terug in je nieuwe Discover Weekly Playlist.

Zo kun je leren hoe algoritmes werken, en hoe je ze kunt beïnvloeden. Als je hier echt handig in wordt kun je ook zelf een algoritme ontwikkelen. Daar valt ook prima geld mee te verdienen, getuige Libratus, de creatie van een professor en student van de Carnegie Mellon University. Drie weken lang namen de vier grootste pokeraars ter wereld het op tegen Libratus in een casino in het Amerikaanse Pittsburgh. Het algoritme was ze allemaal te slim af en harkte 1,7 miljoen dollar aan chips bij elkaar! Als je geen professor bij de hand hebt, kan het overigens ook wel wat eenvoudiger… zo kun je bijvoorbeeld ook geld verdienen door goed naar het algoritme van YouTube te kijken.

Een goed scorende video op YouTube levert geld op. En dat begint bij het Google algoritme. Dat stelt namelijk de zoekmachine resultaatpagina en de YouTube voorpagina samen. Als je daar eenmaal staat stromen de views (en dus de euro’s) binnen. Hoe je op een goede positie komt? Het algoritme plaatst je daar, op basis van populaire zoekwoorden. Een handige truc is om zelf een aantal zoekwoorden te verzinnen en deze vervolgens in Google op te zoeken. Check: staan er in de top 10 van de zoekresultaten een aantal YouTube-video’s? Dan weet je zeker dat deze zoekwoorden geschikt zijn om te gebruiken. Zo pakt Mertabi, online influencer met 365.000 abonnees, dat ook aan, verklapte Omar Kbiri op het MWG congres. Met een beetje leuke insteek en de juiste optimalisatie van je video kun je serieus meedingen naar de mooie posities.

Natuurlijk, het hele internet op deze manier compleet naar je hand zetten gaat niet lukken. Het punt is; het internet is een “two way street”. Sommige dingen overkomen je, maar je kunt zelf ook heel wat invloed uitoefenen op wat je voorgeschoteld krijgt. Algoritme is king, maar soms kun je de koning laten doen wat je wil. Have fun!

Deze column verscheen eerder op Nederlands Medianetwerk en Marketing Tribune.

Search advertising is heel groot, maar verdwijnt!

Vragen veranderen
Het search platform wordt vele malen breder en groter dan op dit moment zichtbaar is. Stiekem is de consument al afscheid aan het nemen van het klassieke ‘search engine’ pagina model op Google of Bing. Search verandert, van de blauwe links gaan we naar een onzichtbare technologie. Zowel de ingang naar zoekopdrachten als de vraag van de gebruiker is veranderd. Men is niet meer op zoek naar ‘wat’, men wil nu direct antwoord krijgen op ‘waarom’ en ‘hoe’. Om alvast een tipje van de sluier op te lichten van het binnenkort verschijnend onderzoek van de DDMA en IAB Nederland: zoekopdrachten  beginnend met de vraag ‘waarom’ nemen toe met wel 48% op jaarbasis! In Engeland is inmiddels ‘wat’ al erg populair. Inmiddels zoekt men niet meer naar informatie, maar naar antwoorden.

Search evolueert
Maar niet alleen de vraag is veranderd. Ook het verwachtingsniveau van de consument is toegenomen. Met halve antwoorden neemt men geen genoegen meer. Om nog maar te zwijgen over de technische vereisten en wensen. Search moet tegenwoordig een experience zijn, van A tot Z. Men verwacht zelfs dat het search platform in de toekomst niet eens meer een vraag of handeling van de consument verwacht, maar op eigen initiatief al antwoord geeft op vragen die het verwacht.

Devices 
De andere grote verandering is de ingang naar zoekopdrachten. We gaan namelijk weg van het toetsenbord en de telefoon. Er zijn al een aantal bedrijven die slim op deze evolutie hebben ingespeeld. Het gaat om voice control en integratie in apparaten en apparaten die met elkaar praten via het ‘internet of things’. Zo heeft Samsung al haar connected Home-lijn op de markt gebracht waarmee huishoudapparaten er voor zorgen dat boodschappen op tijd worden besteld. Zo zet Apple in op Siri en Spotlight, heeft Amazon twee troefkaarten met Alexa en de Kindle Fire en heeft Microsoft inmiddels Cortana geïntroduceerd, waarmee op een nieuwe manier heel intuïtief complexe opdrachten uitgevoerd kunnen worden. Zo verdwijnt search uit beeld en wordt het een onzichtbaar onderdeel van de omgeving.

Het gaat om de mens en zijn intentie 
Als je mee wilt groeien met deze evolutie moet je traditionele search los durven laten. Focus je op de veranderende verwachtingen van de consument en erken dat we de fase dat search alleen maar uit webpagina’s bestaat voorbij zijn. Zorg dat je als merk online de verbindende schakel wordt tussen mensen, locaties en apparaten. En creëer producten die zowel ‘machine learning capabilities’ als ‘artificial intelligence’ in zich hebben. Op die manier kun je een profiel opbouwen van consumenten waarbij je steeds beter kunt inspelen op menselijke intenties en behoeften. Om klaar te zijn voor de nieuwe search marketing generatie moet je begrijpen en zelfs anticiperen op wat consumenten echt willen.

Jeroen Verkroost is interim directeur van het IAB, de branchevereniging voor interactieve marketing, en zelfstandig adviseur.

Uitgevers in dialoog met de Adblockende consument

Na 200 jaar van eenrichtingsverkeer vanuit uitgevers naar het publiek bracht het internet zo’n 20 jaar geleden de mogelijkheid om een dialoog aan te gaan. Praten met, en luisteren naar de consument. Een revolutie, maar er wordt nog lang niet genoeg gebruik van gemaakt. Terwijl luisteren naar je klant ontzettend belangrijk is. Uit fatsoen en hopelijk uit interesse, maar ook uit eigenbelang.

Onvrede bij consumenten

Want wanneer je als sector signalen van onvrede van de consument negeert, kan de overheid het zomaar overnemen. Het Bel-me-niet Register is daar een goed voorbeeld van. Maar ook de consument zelf wordt steeds mondiger; anno 2016 neemt deze het heft zelf in handen als er niet geluisterd wordt. Dat is precies wat er is gebeurd met de snelle groei van het gebruik van adblockers. Zo’n 20% van de Nederlandse bevolking (2,5 miljoen Nederlanders) had aan het begin van 2016 een adblocker geïnstalleerd. De reden? Ergernis over reclame op het internet. Met alle gevolgen van dien voor eigenaars van websites, die vaak volledig afhankelijk zijn van deze inkomsten.

Luisteren alleen is niet genoeg 

Om te begrijpen waarom de consument zo hevig reageerde heeft het IAB Nederland in de afgelopen maanden meerdere onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken kwamen veel interessante cijfers en conclusies voort waar uitgevers en adverteerders hun (online) strategieën op kunnen baseren. En op basis waarvan we samen de dialoog met de consument aan kunnen gaan. Uitgevers bundelden via NDP Nieuwsmedia, het Nederlands Uitgeversverbond en IAB Nederland hun krachten en startten samen de dialoog met de campagne Internet is niet gratis waarin aan adblocker-gebruikers wordt gevraagd war ze zich aan storen en uitgelegd waarom advertenties er zijn en wat ze allemaal mogelijk maken.

Positieve ontvangst

En met succes! Uit zojuist gepubliceerd onderzoek blijkt deze bewustwordingscampagne verrassend positief te zijn ontvangen. Zo is vergeleken met begin dit jaar 7% van de adblocker-gebruikers helemaal gestopt met het gebruik van adblockers-software. Daarnaast heeft 47% van de adblocker-gebruikers één of meer van de deelnemende websites toestemming gegeven de advertenties wél te tonen (‘whitelisting’). Nog eens 18% geeft aan bereid te zijn dit in de toekomst te gaan doen. Door deze campagne is ‘whitelisting’ in Nederland bijna verdubbeld! Het belangrijkste argument voor consumenten om dit te doen is dat ze websites waar ze graag gebruik van maken de inkomsten niet willen ontnemen.

Begrip voor uitgevers

Ik ben blij dat wij door het initiëren van de dialoog en de bewustwordingscampagne de eerste stap hebben gezet om zowel de relatie met de consument, maar ook de processen en uitingen van de sector, te verbeteren. Want ondanks dat de consument geëmancipeerder en kritischer dan ooit is geworden, komt uit het onderzoek ook duidelijk naar voren dat de consument de voorlichtingscampagne heeft gewaardeerd. We mogen de consument dankbaar zijn voor het begrip voor de situatie waarin uitgevers zich bevinden.

En nu dóór!

Luisteren naar, maar vooral ook begrip tonen vóór elkaar is een mooi begin. Ik ben er van overtuigd dat we uiteindelijk het meest succesvol zullen zijn als we de consument écht leren kennen en via dialoog een relatie opbouwen. De volgende stap is aan de uitgevers, die op basis van de feedback van de consument hun producten kunnen gaan verbeteren. En dan niet puur vanuit het oogpunt van winstmaximalisatie of de korte termijn, dat leidt op zijn hoogst tot een ‘Klik-me-niet Register’.

Uitgangspunt voor de toekomst is een goede ervaring voor de consument, mét mogelijkheden voor adverteerders. Want het compromis van een goed, duurzaam advertentiemodel is echt wel te vinden. De consument luistert naar ons en wijst ons de weg. Laten we daarvoor dankbaar zijn en de uitdaging aangaan om nu de consequenties te trekken uit de feedback die we ontvangen hebben!

Jeroen Verkroost is interim directeur van het IAB, de branchevereniging voor interactieve marketing, en zelfstandig adviseur.

Your roof: prime media space in 2017!

To see the future of the media, just look at the future of technology. Indeed, technology and media strategy are becoming more and more connected. As technology becomes increasingly important in the life of the average consumer, consumer behaviour changes. And so, media usage changes.

It has only been 9 years since the launch of the first iPhone. And back then it did not even have an app store yet. Tablets have only been around for about 5 years. Yet today, they are the primary media devices for every consumer. And the smartphone and tablet were just the beginning…

Drone

Recently at a large technology fair in America, a Chinese company presented a personal drone that can lift you up from your back yard for a flying commute to work. No piloting experience needed. Step inside, point where you want to go on a Google Maps touchscreen and hit the “liftoff”button. The rest of the flight is executed by autopilot. Once you’ve arrived the drone’s arms fold inwards so it fits a normal parking spot. For about 300K USD you could be the proud owner by the end of this year. And in the next couple of years these things will get cheaper fast. Soon, drones will be huge.

This will change public space, and so this development will shape new possibilities for the media and communication. Lots of new take-off and landing spaces will be created. There might not be 4g connectivity at flying altitude, but the in-flight screens could offer new opportunities for relevant, interactive and creative communication with the captive audience inside drones.

If your house or office happens to be near a popular route you can start renting out your roof or maybe a blind wall as media space. Out of Home media companies should wake up right now. Thinking ahead a little further, larger drones could be equipped with large screens on the outside. Who knows, Blade Runner’s vision of the future could turn out to be more realistic than we’d ever thought…

China

Personal technology is often used as a status symbol. After the watch, the car and the smartphone, the drone could end up being the next purchase we use to show the neighbours and the colleagues how rich and successful we are. Or, how non-conformist and intellectual we are. Making a car takes a huge investment in resources and energy, but once sold they end up standing still and taking up space for an average of 23 hours a day. What a waste. Wouldn’t it be great if we wouldn’t make the same mistakes again with personal drones?

How about we try and do it differently this time around, make the world a better place? While drones are still too expensive for widespread personal ownership, we have the opportunity to skip the private posession phase entirely. Imagine (media) brands offering an Über type network of Drone transportation. Why would anyone invest in a personal drone that needs space and maintenance if one could have a drone drop out of the sky anytime, anywhere? Hop in, go and take in the video messages on the in-flight screen. Who knows, maybe even do some in-flight shopping. This could be made commecially viable and at the same time save raw materials, in-city space and energy.

Yes, it will take some time. The sky will probably not blacken with the silhouettes of drones by the end of this year. But I hope to have illustrated my point; to see the future of the media you need to look at the future of technology. Personal drones are just one of many of innovations announced for 2016. Consumer behaviour will change with each technological change that gains broad adoption.

This changing consumer behaviour offers new opportunities. To help companies reach their goals and targets, and to help make the world a more interesting and ultimately a better place.

 

Jeroen Verkroost has two decades of digital experience and held strategical and leadership roles at media and technology companies like SBS Broadcasting, KPN, Microsoft and De Persgroep.

(published previously at Nederlands Medianieuws in Dutch).